Zelfreflectie


Vanaf de eerste dag al was ik blij dat Pindakaas mij een kans gaf met hun mee te lopen. Peggy is iemand waar ik veel van kan leren, 27 jaar ervaring en al veel jonge creatieven opgeleid. Ogen en oren open houden dus, te allen tijde. Ze gaf meteen al aan dat het niet makkelijk zou worden, alles behalve een free-ride. Of ik tegen kritiek kon, was de eerste vraag aan mij. Nou had ik al zo’n idee dat ik niet ver kom met alleen complimenten, waar ik ook niet op zat te wachten. Alleen met kritiek wordt mijn werk beter. Zodat ik elke opdracht die ik voor mijn kiezen krijg beter uitvoer dan de vorige.

Houd werk en emotie gescheiden.

Een wijze les. Waar je bij kritiek namelijk tegenaan loopt is emotie. Het klinkt alsof je als een machine aan de gang moet, maar het gaat erom dat je je werk niet laat beïnvloeden door bijvoorbeeld een verhitte discussie. Als je een idee hebt en die wordt vervolgens met de grond gelijk gemaakt, zou je je dat persoonlijk aan kunnen trekken. De kunst is dat niet te doen, bedenken wat er niet goed aan was en waarom, de kritiek als opbouwend beschouwen en verdergaan.

‘Kunnen is zilver, willen is goud’

Een boek wat ik na een paar weken in mijn handen gedrukt kreeg was ‘Kunnen is zilver, willen is goud’ van Paul Arden. Daarin wordt duidelijk gemaakt dat het niet gaat om hoe goed je bént, maar om hoe goed je wíl zijn. Wat betekent dat als je een doel voor ogen hebt en je wilt dat doel koste wat het kost bereiken, talent maar bijzaak is. Toen ik het gelezen had ging bij mij de knop om. ‘Hartstikke leuk dat je een beetje kan vormgeven maar daarmee verover je de wereld niet, Jan!’ vertel ik mezelf voortaan, en ben meer gemotiveerd dan ooit tevoren.

Als stagiair op een nieuwe plek wist ik nog niet meteen wat er van me verwacht werd. Ik was nog wat terughoudend. Wat betreft omgangsvormen, verantwoordelijkheden en do’s en dont’s was het even afwachten wat de norm zou zijn bij Pindakaas. Daar kwam ik snel genoeg achter.

‘Kom niet bij me aan met problemen, kom met oplossingen.’

Om wat assertiviteit in m'n donder te krijgen werd ik eigenlijk meteen in het diepe gegooid. Wat ik ook wel nodig had want zwemmen kan ik toch wel. De uitspraak ‘Zoek het uit’ heb ik vaak langs horen komen. Op dat moment kwam dat op me over alsof ze geen tijd hadden voor een stagiair. Achteraf gezien was ik blij dat ze me op die manier lieten worstelen. Vragen stellen is niet verboden bij Pindakaas, maar hun tijd is wel kostbaar. Op den duur zorgde ik ervoor dat ik eerst zelf op onderzoek uitging voordat ik Peggy of Marjo lastig ging vallen met voor de hand liggende vragen. Van begin af aan werd ik behandeld als een werknemer. Ik, op mijn beurt, moest me logischerwijs ook gedragen als een werknemer. Bij mijn vorige stage werd ik gewoon als een stagiair behandeld, wat ik ze natuurlijk niet kwalijk neem. Maar het enige wat ik dan kan doen is me daar naar gedragen. Ik kreeg daar wel leuke opdrachten, maar nauwelijks verantwoordelijkheden. Bij Pindakaas daarentegen, moest ik gelijk alles aanpakken. En juist daardoor sta ik nu steviger in mijn schoenen. Peggy en Marjo waren dus al vanaf de eerste dag bezig met character building.

Dat ik wat passief kan overkomen komt denk ik voort uit het feit dat ik alle indrukken die ik binnenkrijg probeer te absorberen. Ik voel me namelijk nog wel een beetje het plattelandsjochie in de grote stad. Er gebeurt zoveel in en om Pindakaas, er lopen zoveel gekke creatieven rond, zoveel mensen die dingen weten die ik wil weten, dat ik niet van de hoogste toren blaas. Terwijl ik vanuit mezelf juist vaak de rebel ben, vind het leuk om mensen uit hun comfortzone te duwen, ze uit te dagen anders te denken. Maar aangezien Pindakaas mij uitdaagt, moet ik daar mijn voordeel uithalen.

Ik heb bij Pindakaas vaak het idee aan een informatie-infuus te zijn aangesloten. En het absorberen van die informatie gaat me erg goed af. Ik merk een bijna onverzadigbare drang naar kennis te hebben. Wat wel getriggerd moest worden door het bezig zijn in de praktijk. Maar nu ik eenmaal wat ervaring heb door de stageperiodes, Pindakaas in het bijzonder, heb ik het gevoel niet meer te stoppen te zijn. Een erg fijn gevoel.

Gevoel is wel een kracht van me, gevoelig als in hoog sensitief. Situaties, sfeer en mensen kan ik wel goed aanvoelen. Maar ik moet uitkijken niet te gevoelig te zijn voor sfeer, om productief en efficiënt aan het werk te blijven. Wel kan ik op moeilijke momenten positief en optimistisch blijven. Door de studenten van de Miami Ad School merk ik dat ik makkelijk te benaderen ben, open sta voor een andere kijk op dingen en ook klaar sta voor anderen.

Wat ik best moeilijk vind is samenwerken, met een partner tot een goed product komen. Maar daarin, werd me gaandeweg uitgelegd, denk ik nog teveel als een vormgever. Als vormgever wil je resultaat zien, laten zien wat je kan. Compromissen sluiten is dan niet waar je op zit te wachten. Maar juist als je met meer mensen een goed product wil neerzetten is dat noodzakelijk. Een Art Director zal moeten kunnen samenwerken, taken verdelen, vertrouwen op de ander, kritisch zijn, kritiek ontvangen en nog meer samenwerken. Daar wordt dus hard aan gewerkt.

Ondanks dat ik non-stop nadenk over creativiteit, hoe ik daarin een verschil kan maken en vervolgens de wereld kan veroveren, vergeet ik nog veel te vaak te spelen. Spelen, experimenteren, af en toe op m'n bek gaan doe ik nog te weinig, ik moet mezelf meer achter de vodden aanzitten. Wat dat betreft ben ik nog teveel een dromer in plaats van een doener. Het Pindakaas motto ‘dromen durven doen’ moet ik dus veel meer naleven.

Boeken

Ik ben meer boeken gaan lezen dan ik al deed, en minder willekeurig. Peggy heeft me ook een aantal boeken aangeraden die me erg veel goed hebben gedaan. En aangezien ze mij zo’n flinke dosis kennis gaven vind ik het nuttig hier een hoofdstuk aan te wijden. Deze boeken raad ik op mijn beurt dan ook weer aan, aan een ieder die dit leest.

Om inzicht te creëren in hoe je jezelf kan aanleren ideeën te produceren, heb ik ‘A Technique For Producing Ideas’ gelezen van James Webb Young. Het proces van ideeën verzinnen word hierin haarfijn uitgelegd. Voor je uit staren en wachten op het eureka-moment is niet die manier. Door gestructureerd aan het idee te werken kun je voor elke opdracht iets origineels verzinnen. Stap 1 in het proces is het verzamelen van onverwerkte informatie. Het verwerken van al die informatie is stap 2. Het materiaal van alle kanten bekijken en beschrijven en pas stoppen als je alles hebt geanalyseerd. Nadat je alle ideeën die je in je opkomen hebt opgeschreven, hoe bizar dat idee ook lijkt. Totdat alles een grote wirwar van informatie wordt. Dan is het tijd voor stap 3. De hele opdracht naast je neerleggen en iets anders gaan doen. Iets wat je emotioneel raakt. Film, muziek, een goed gesprek, lezen, enzovoort. Stap 4; een idee zal verschijnen, het ‘ping’ moment, en als dat gebeurt moet je het natuurlijk meteen opschrijven. Stap 5; het idee blootstellen aan de realiteit. Uitdenken, testen, alle voor en nadelen tegen elkaar afwegen en bereid zijn het idee aan te passen daaraan.
Deze stappen lijken heel erg logisch maar veel mensen hebben de neiging meteen te beginnen bij stap 4 of 5.

In ‘A Whole New Mind’ legt Daniel H. Pink uit welke 6 vaardigheden je nodig hebt om succesvol te zijn in het ‘conceptuele tijdperk’. In het ‘informatie tijdperk’ waren de computerachtige, analytische en logische denkers degene met de goedbetaalde banen. Door automatisering, een overvloed aan producten en veel werk dat aan de andere kant van de wereld goedkoper gedaan kan worden, zijn die banen in gevaar. In het ‘conceptuele tijdperk’ dat aanbreekt zijn de designers, uitvinders en verhalenvertellers degene die succesvol zullen zijn. (Dat klinkt me als muziek in de oren). De vaardigheden, of zintuigen zoals hij ze noemt, zijn; ontwerpen (Design), verhalen vertellen (Storytelling), componeren (Symphony), inleven in anderen (Empathy), spelen (Play) en betekenis geven (Meaning). Hij geeft gedetailleerde uitleg, voorbeelden en oefeningen om je te helpen verder te helpen in je (creatieve) ontwikkeling. ‘A Whole New Mind’ is een verademing voor iedereen die zich bezighoudt met creativiteit, op wat voor manier dan ook.

‘Lovemarks’ van Kevin Roberts, leert hoe je loyaliteit naar merken creëert bij consumenten. Loyaliteit die de redelijkheid voorbij gaat. Lovemarks gaan verder dan gewone merken. Haal een merk uit de schappen en consumenten vinden daarvoor vervanging, haal een Lovemark uit de schappen en mensen gaan protesteren (denk maar aan de commotie die werd veroorzaakt toen Coca Cola met een nieuw recept kwam). Lovemarks gaan een emotionele band aan met de doelgroep en hebben 3 belangrijke eigenschappen; mysterie, sensualiteit en intimiteit. En daarin onderscheiden ze zich van gewone merken.
Mysterie; mensen worden aangetrokken door wat ze (nog) niet kennen. En als we alles al zouden weten blijft er niets over om te leren of je te verwonderen. Sensualiteit; onze 5 zintuigen houden ons alert op lekkere geuren, nieuwe structuren, fijne muziek, mooie kleuren en lekker eten. Door te kijken, voelen, proeven, ruiken en horen ervaren we de wereld en worden onze herinneringen gevormd. Als een merk alle zintuigen prikkelt zorgt dat voor een verpletterende indruk. Intimiteit; passie, inlevingsvermogen en verbondenheid blijven vaak nog herinnerd nadat de functie en voordelen al zijn vervaagd. Al deze eigenschappen zorgen voor intense loyaliteit en creëren een Lovemark.

‘Kunnen Is Zilver, Willen Is Goud’ van Paul Arden is een boek wat iedereen op tafel moet hebben liggen. Het staat vol met nuttige tips die natuurlijk goed onderbouwd worden. Om een idee te geven hoe nuttig, hier een opsomming;
  • Pak een andere pen als je vastloopt.
  • Faal en faal weer. Faal dan beter.
  • Wie geen fouten maakt, maakt waarschijnlijk helemaal niets.
  • Laat slimmigheidjes de boodschap niet ondersneeuwen.
  • Kan het niet? Doe het dan toch. Als je het niet maakt bestaat het ook niet.
  • Benadruk het positieve, ban het negatieve uit.
  • Wacht niet op nieuwe kansen. Wat je nu in handen hebt, dat is je kans.
  • Als een probleem onoplosbaar lijkt, komt dat omdat je je aan de regels houdt.

Toekomstbeeld

Voordat ik bij Pindakaas kwam had ik het plan nog een vervolgopleiding te doen, bij een kunstacademie of iets dergelijks. Alleen nu ik in de praktijk bezig ben merk ik dat het me veel meer motiveert dan school. De opleiding Vormgever Reclame, Presentatie en Communicatie is goed als basis. Maar om het reclamevak echt te leren is het noodzakelijk er middenin te zitten. Dat is ook de reden om dit laatste half jaar van mijn opleiding, naast school, bij Pindakaas te blijven meedraaien waar ik kan. Door hier actief te blijven loop ik geen achterstand op, op ‘the working life’. En ik denk dat nog 2 jaar (of langer) naar school gaan mijn leerproces juist zou vertragen. Wat de toekomst brengt weet ik natuurlijk niet, maar grote kans dat ik het diepe in spring en ga werken. De wereld veroveren gaat me niet lukken vanuit de schoolbanken. De wereld veroveren moet ik gewoon gaan doen.